NL: botsenSynoniemen: aanrijden, aanstoten, bonzen, horten, stoten, stuiten, schokken, fschijnen
DE: stoßen, kollidieren, zusammenstoßen, zusammenprallen
EN: collide, crash, bump up against, bump into, bang into
ES: chocar, chocar contra, chocar con
FR: se heurter, accrocher, cogner, heurter, se rentrer dedans, se cogner, donner contre, choquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebotst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bots jij botst hij botst wij botsen jullie botsen zij botsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebotst jij hebt gebotst hij heeft gebotst wij hebben gebotst jullie hebben gebotst zij hebben gebotst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik botste jij botste hij botste wij botsten jullie botsten zij botsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebotst jij had gebotst hij had gebotst wij hadden gebotst jullie hadden gebotst zij hadden gebotst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal botsen jij zult botsen hij zal botsen wij zullen botsen jullie zullen botsen zij zullen botsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebotst hebben jij zult gebotst hebben hij zal gebotst hebben wij zullen gebotst hebben jullie zullen gebotst hebben zij zullen gebotst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou botsen jij zou botsen hij zou botsen wij zouden botsen jullie zouden botsen zij zouden botsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebotst hebben jij zou gebotst hebben hij zou gebotst hebben wij zouden gebotst hebben jullie zouden gebotst hebben zij zouden gebotst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bots
|