NL: botoxen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebotoxt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik botox jij botoxt hij botoxt wij botoxen jullie botoxen zij botoxen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebotoxt jij hebt gebotoxt hij heeft gebotoxt wij hebben gebotoxt jullie hebben gebotoxt zij hebben gebotoxt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik botoxte jij botoxte hij botoxte wij botoxten jullie botoxten zij botoxten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebotoxt jij had gebotoxt hij had gebotoxt wij hadden gebotoxt jullie hadden gebotoxt zij hadden gebotoxt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal botoxen jij zult botoxen hij zal botoxen wij zullen botoxen jullie zullen botoxen zij zullen botoxen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebotoxt hebben jij zult gebotoxt hebben hij zal gebotoxt hebben wij zullen gebotoxt hebben jullie zullen gebotoxt hebben zij zullen gebotoxt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou botoxen jij zou botoxen hij zou botoxen wij zouden botoxen jullie zouden botoxen zij zouden botoxen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebotoxt hebben jij zou gebotoxt hebben hij zou gebotoxt hebben wij zouden gebotoxt hebben jullie zouden gebotoxt hebben zij zouden gebotoxt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
botox
|