NL: borstelenSynoniemen: schuieren
DE: bürsten
EN: brush
ES: cepillar
FR: brosser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geborsteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik borstel jij borstelt hij borstelt wij borstelen jullie borstelen zij borstelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geborsteld jij hebt geborsteld hij heeft geborsteld wij hebben geborsteld jullie hebben geborsteld zij hebben geborsteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik borstelde jij borstelde hij borstelde wij borstelden jullie borstelden zij borstelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geborsteld jij had geborsteld hij had geborsteld wij hadden geborsteld jullie hadden geborsteld zij hadden geborsteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal borstelen jij zult borstelen hij zal borstelen wij zullen borstelen jullie zullen borstelen zij zullen borstelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geborsteld hebben jij zult geborsteld hebben hij zal geborsteld hebben wij zullen geborsteld hebben jullie zullen geborsteld hebben zij zullen geborsteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou borstelen jij zou borstelen hij zou borstelen wij zouden borstelen jullie zouden borstelen zij zouden borstelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geborsteld hebben jij zou geborsteld hebben hij zou geborsteld hebben wij zouden geborsteld hebben jullie zouden geborsteld hebben zij zouden geborsteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
borstel
|