EN: to borderNL: omboorden
FR: caboter, côtoyer, entourer, longer
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
bordering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I border you border he borders we border you border they border
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have bordered you have bordered he has bordered we have bordered you have bordered they have bordered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I bordered you bordered he bordered we bordered you bordered they bordered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had bordered you had bordered he had bordered we had bordered you had bordered they had bordered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will border you will border he will border we will border you will border they will border
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have bordered you will have bordered he will have bordered we will have bordered you will have bordered they will have bordered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would border you would border he would border we would border you would border they would border
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have bordered you would have bordered he would have bordered we would have bordered you would have bordered they would have bordered
|
FR: borderSynoniemen: caboter, côtoyer, entourer, longer
NL: omboorden
| Participe Passé |
|
bordé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je borde tu bordes il; elle borde nous bordons vous bordez ils; elles bordent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai bordé tu as bordé il; elle a bordé nous avons bordé vous avez bordé ils; elles ont bordé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je bordais tu bordais il; elle bordait nous bordions vous bordiez ils; elles bordaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais bordé tu avais bordé il; elle avait bordé nous avions bordé vous aviez bordé ils; elles avaient bordé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je bordai tu bordas il; elle borda nous bordâmes vous bordâtes ils; elles bordèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus bordé tu eus bordé il; elle eut bordé nous eûmes bordé vous eûtes bordé ils; elles eurent bordé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je borderai tu borderas il; elle bordera nous borderons vous borderez ils; elles borderont
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai bordé tu auras bordé il; elle aura bordé nous aurons bordé vous aurez bordé ils; elles auront bordé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je borde tu bordes il; elle borde nous bordions vous bordiez ils; elles bordent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie bordé tu aies bordé il; elle ait bordé nous ayons bordé vous ayez bordé ils; elles aient bordé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je bordasse tu bordasses il; elle bordât nous bordassions vous bordassiez ils; elles bordassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse bordé tu eusses bordé il; elle eût bordé nous eussions bordé vous eussiez bordé ils; elles eussent bordé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je borderais tu borderais il; elle borderait nous borderions vous borderiez ils; elles borderaient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais bordé tu aurais bordé il; elle aurait bordé nous aurions bordé vous auriez bordé ils; elles auraient bordé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) borde, (nous) bordons (vous) bordez
|