Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bonzen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: bonzen
Synoniemen: beuken, botsen, jagen, luiden, dreunen

EN: bump against, tinkle, call, ring, brush against
ES: golpear, llamar a la puerta, palpitar con fuerza

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebonsd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bons
jij bonst
hij bonst
wij bonzen
jullie bonzen
zij bonzen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebonsd
jij hebt gebonsd
hij heeft gebonsd
wij hebben gebonsd
jullie hebben gebonsd
zij hebben gebonsd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bonsde
jij bonsde
hij bonsde
wij bonsden
jullie bonsden
zij bonsden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebonsd
jij had gebonsd
hij had gebonsd
wij hadden gebonsd
jullie hadden gebonsd
zij hadden gebonsd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bonzen
jij zult bonzen
hij zal bonzen
wij zullen bonzen
jullie zullen bonzen
zij zullen bonzen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebonsd hebben
jij zult gebonsd hebben
hij zal gebonsd hebben
wij zullen gebonsd hebben
jullie zullen gebonsd hebben
zij zullen gebonsd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bonzen
jij zou bonzen
hij zou bonzen
wij zouden bonzen
jullie zouden bonzen
zij zouden bonzen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebonsd hebben
jij zou gebonsd hebben
hij zou gebonsd hebben
wij zouden gebonsd hebben
jullie zouden gebonsd hebben
zij zouden gebonsd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bons

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bonzen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English