NL: bombarderenSynoniemen: belagen, benoemen, beschieten, bombardement, beschieting, afstraffing
DE: bombarderen (vanuit de lucht beschieten): bombardieren, beschießen, kanonieren, aus der Himmel beschießen
EN: bombarderen (vanuit de lucht beschieten): bomb, bombard, shell, batter
ES: bombarderen (vanuit de lucht beschieten): bombardear
FR: bombarderen (vanuit de lucht beschieten): bombarder, mitrailler, tirer sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebombardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bombardeer jij bombardeert hij bombardeert wij bombarderen jullie bombarderen zij bombarderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebombardeerd jij hebt gebombardeerd hij heeft gebombardeerd wij hebben gebombardeerd jullie hebben gebombardeerd zij hebben gebombardeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bombardeerde jij bombardeerde hij bombardeerde wij bombardeerden jullie bombardeerden zij bombardeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebombardeerd jij had gebombardeerd hij had gebombardeerd wij hadden gebombardeerd jullie hadden gebombardeerd zij hadden gebombardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bombarderen jij zult bombarderen hij zal bombarderen wij zullen bombarderen jullie zullen bombarderen zij zullen bombarderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebombardeerd hebben jij zult gebombardeerd hebben hij zal gebombardeerd hebben wij zullen gebombardeerd hebben jullie zullen gebombardeerd hebben zij zullen gebombardeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bombarderen jij zou bombarderen hij zou bombarderen wij zouden bombarderen jullie zouden bombarderen zij zouden bombarderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebombardeerd hebben jij zou gebombardeerd hebben hij zou gebombardeerd hebben wij zouden gebombardeerd hebben jullie zouden gebombardeerd hebben zij zouden gebombardeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bombardeer
|