NL: boffenSynoniemen: een meevaller hebben, zwijnen
EN: be lucky, be in luck
ES: tener suerte, tener leche
FR: avoir de la chance
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geboft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bof jij boft hij boft wij boffen jullie boffen zij boffen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geboft jij hebt geboft hij heeft geboft wij hebben geboft jullie hebben geboft zij hebben geboft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bofte jij bofte hij bofte wij boften jullie boften zij boften
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geboft jij had geboft hij had geboft wij hadden geboft jullie hadden geboft zij hadden geboft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal boffen jij zult boffen hij zal boffen wij zullen boffen jullie zullen boffen zij zullen boffen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geboft hebben jij zult geboft hebben hij zal geboft hebben wij zullen geboft hebben jullie zullen geboft hebben zij zullen geboft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou boffen jij zou boffen hij zou boffen wij zouden boffen jullie zouden boffen zij zouden boffen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geboft hebben jij zou geboft hebben hij zou geboft hebben wij zouden geboft hebben jullie zouden geboft hebben zij zouden geboft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bof
|