NL: boetserenSynoniemen: fatsoeneren, kleien, modelleren, vormen
EN: boetseren (vorm geven): model, form, shape, mould, be
FR: boetseren (vorm geven): former, exister, modeler, façonner, faire du modelage, travailler, mouler, pétrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geboetseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik boetseer jij boetseert hij boetseert wij boetseren jullie boetseren zij boetseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geboetseerd jij hebt geboetseerd hij heeft geboetseerd wij hebben geboetseerd jullie hebben geboetseerd zij hebben geboetseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik boetseerde jij boetseerde hij boetseerde wij boetseerden jullie boetseerden zij boetseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geboetseerd jij had geboetseerd hij had geboetseerd wij hadden geboetseerd jullie hadden geboetseerd zij hadden geboetseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal boetseren jij zult boetseren hij zal boetseren wij zullen boetseren jullie zullen boetseren zij zullen boetseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geboetseerd hebben jij zult geboetseerd hebben hij zal geboetseerd hebben wij zullen geboetseerd hebben jullie zullen geboetseerd hebben zij zullen geboetseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou boetseren jij zou boetseren hij zou boetseren wij zouden boetseren jullie zouden boetseren zij zouden boetseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geboetseerd hebben jij zou geboetseerd hebben hij zou geboetseerd hebben wij zouden geboetseerd hebben jullie zouden geboetseerd hebben zij zouden geboetseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
boetseer
|