NL: boetenSynoniemen: bekopen, betalen, opdraaien, verzoenen
DE: büßen, entgelten
EN: expiate, suffer, atone for, pay for one's mistake's
ES: pagar, expiar, hacer penitencia por
FR: payer, expier, réparer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geboet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik boet jij boet hij boet wij boeten jullie boeten zij boeten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geboet jij hebt geboet hij heeft geboet wij hebben geboet jullie hebben geboet zij hebben geboet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik boette jij boette hij boette wij boetten jullie boetten zij boetten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geboet jij had geboet hij had geboet wij hadden geboet jullie hadden geboet zij hadden geboet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal boeten jij zult boeten hij zal boeten wij zullen boeten jullie zullen boeten zij zullen boeten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geboet hebben jij zult geboet hebben hij zal geboet hebben wij zullen geboet hebben jullie zullen geboet hebben zij zullen geboet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou boeten jij zou boeten hij zou boeten wij zouden boeten jullie zouden boeten zij zouden boeten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geboet hebben jij zou geboet hebben hij zou geboet hebben wij zouden geboet hebben jullie zouden geboet hebben zij zouden geboet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
boet
|