Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

blozen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: blozen
Synoniemen: gloeien, kleuren, flush, roodheid

DE: erröten
EN: blush, flush, turn red, glow
ES: iluminar, colorear, arder, ruborizarse, sonrojarse, enrojecer, estar latente, ponerse colorado, avergonzarse, abochornarse, estar al rojo vivo, arder sin llama
FR: rougir, avoir un teint coloré

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebloosd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bloos
jij bloost
hij bloost
wij blozen
jullie blozen
zij blozen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebloosd
jij hebt gebloosd
hij heeft gebloosd
wij hebben gebloosd
jullie hebben gebloosd
zij hebben gebloosd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bloosde
jij bloosde
hij bloosde
wij bloosden
jullie bloosden
zij bloosden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebloosd
jij had gebloosd
hij had gebloosd
wij hadden gebloosd
jullie hadden gebloosd
zij hadden gebloosd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal blozen
jij zult blozen
hij zal blozen
wij zullen blozen
jullie zullen blozen
zij zullen blozen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebloosd hebben
jij zult gebloosd hebben
hij zal gebloosd hebben
wij zullen gebloosd hebben
jullie zullen gebloosd hebben
zij zullen gebloosd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou blozen
jij zou blozen
hij zou blozen
wij zouden blozen
jullie zouden blozen
zij zouden blozen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebloosd hebben
jij zou gebloosd hebben
hij zou gebloosd hebben
wij zouden gebloosd hebben
jullie zouden gebloosd hebben
zij zouden gebloosd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bloos

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/blozen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English