NL: blokkenSynoniemen: pezen, pompen, hakblokken, studeren, hengsten, leren, bekwamen
DE: der Hakklötze
EN: the chopping-blocks, the butcher's blocks
ES: el polipastos
FR: le étals
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geblokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blok jij blokt hij blokt wij blokken jullie blokken zij blokken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geblokt jij hebt geblokt hij heeft geblokt wij hebben geblokt jullie hebben geblokt zij hebben geblokt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik blokte jij blokte hij blokte wij blokten jullie blokten zij blokten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geblokt jij had geblokt hij had geblokt wij hadden geblokt jullie hadden geblokt zij hadden geblokt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal blokken jij zult blokken hij zal blokken wij zullen blokken jullie zullen blokken zij zullen blokken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geblokt hebben jij zult geblokt hebben hij zal geblokt hebben wij zullen geblokt hebben jullie zullen geblokt hebben zij zullen geblokt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou blokken jij zou blokken hij zou blokken wij zouden blokken jullie zouden blokken zij zouden blokken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geblokt hebben jij zou geblokt hebben hij zou geblokt hebben wij zouden geblokt hebben jullie zouden geblokt hebben zij zouden geblokt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blok
|