NL: bloghoppen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebloghopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bloghop jij bloghopt hij bloghopt wij bloghoppen jullie bloghoppen zij bloghoppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebloghopt jij hebt gebloghopt hij heeft gebloghopt wij hebben gebloghopt jullie hebben gebloghopt zij hebben gebloghopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bloghopte jij bloghopte hij bloghopte wij bloghopten jullie bloghopten zij bloghopten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebloghopt jij had gebloghopt hij had gebloghopt wij hadden gebloghopt jullie hadden gebloghopt zij hadden gebloghopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bloghoppen jij zult bloghoppen hij zal bloghoppen wij zullen bloghoppen jullie zullen bloghoppen zij zullen bloghoppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebloghopt hebben jij zult gebloghopt hebben hij zal gebloghopt hebben wij zullen gebloghopt hebben jullie zullen gebloghopt hebben zij zullen gebloghopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bloghoppen jij zou bloghoppen hij zou bloghoppen wij zouden bloghoppen jullie zouden bloghoppen zij zouden bloghoppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebloghopt hebben jij zou gebloghopt hebben hij zou gebloghopt hebben wij zouden gebloghopt hebben jullie zouden gebloghopt hebben zij zouden gebloghopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bloghop
|