NL: bloemschikkenDE: das Blumenbinden
EN: the flower arranging
ES: el el arte de hacer un conjunto de flores
FR: la composition florale
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebloemschikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bloemschik jij bloemschikt hij bloemschikt wij bloemschikken jullie bloemschikken zij bloemschikken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebloemschikt jij hebt gebloemschikt hij heeft gebloemschikt wij hebben gebloemschikt jullie hebben gebloemschikt zij hebben gebloemschikt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bloemschikte jij bloemschikte hij bloemschikte wij bloemschikten jullie bloemschikten zij bloemschikten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebloemschikt jij had gebloemschikt hij had gebloemschikt wij hadden gebloemschikt jullie hadden gebloemschikt zij hadden gebloemschikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bloemschikken jij zult bloemschikken hij zal bloemschikken wij zullen bloemschikken jullie zullen bloemschikken zij zullen bloemschikken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebloemschikt hebben jij zult gebloemschikt hebben hij zal gebloemschikt hebben wij zullen gebloemschikt hebben jullie zullen gebloemschikt hebben zij zullen gebloemschikt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bloemschikken jij zou bloemschikken hij zou bloemschikken wij zouden bloemschikken jullie zouden bloemschikken zij zouden bloemschikken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebloemschikt hebben jij zou gebloemschikt hebben hij zou gebloemschikt hebben wij zouden gebloemschikt hebben jullie zouden gebloemschikt hebben zij zouden gebloemschikt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bloemschik
|