Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

blesseren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: blesseren
Synoniemen: kwetsen, verwonden, schaden, bezeren

DE: blesseren (verwonden): verwunden, verletzen, kränken, düpieren
EN: blesseren (verwonden): hurt, bruise, injure, wound
ES: blesseren (verwonden): dañar, hacer daño a, herir, afectar, causar perjuicio, perjudicar, lastimar, lesionar

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geblesseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blesseer
jij blesseert
hij blesseert
wij blesseren
jullie blesseren
zij blesseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geblesseerd
jij hebt geblesseerd
hij heeft geblesseerd
wij hebben geblesseerd
jullie hebben geblesseerd
zij hebben geblesseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blesseerde
jij blesseerde
hij blesseerde
wij blesseerden
jullie blesseerden
zij blesseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geblesseerd
jij had geblesseerd
hij had geblesseerd
wij hadden geblesseerd
jullie hadden geblesseerd
zij hadden geblesseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal blesseren
jij zult blesseren
hij zal blesseren
wij zullen blesseren
jullie zullen blesseren
zij zullen blesseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geblesseerd hebben
jij zult geblesseerd hebben
hij zal geblesseerd hebben
wij zullen geblesseerd hebben
jullie zullen geblesseerd hebben
zij zullen geblesseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou blesseren
jij zou blesseren
hij zou blesseren
wij zouden blesseren
jullie zouden blesseren
zij zouden blesseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geblesseerd hebben
jij zou geblesseerd hebben
hij zou geblesseerd hebben
wij zouden geblesseerd hebben
jullie zouden geblesseerd hebben
zij zouden geblesseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blesseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/blesseren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English