Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

blameren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: blameren
Synoniemen: laken, nadragen, beschuldigen, aanwrijven, voorhouden, verwijten, gispen, berispen, aanrekenen, schandaliseren

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geblameerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blameer
jij blameert
hij blameert
wij blameren
jullie blameren
zij blameren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geblameerd
jij hebt geblameerd
hij heeft geblameerd
wij hebben geblameerd
jullie hebben geblameerd
zij hebben geblameerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blameerde
jij blameerde
hij blameerde
wij blameerden
jullie blameerden
zij blameerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geblameerd
jij had geblameerd
hij had geblameerd
wij hadden geblameerd
jullie hadden geblameerd
zij hadden geblameerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal blameren
jij zult blameren
hij zal blameren
wij zullen blameren
jullie zullen blameren
zij zullen blameren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geblameerd hebben
jij zult geblameerd hebben
hij zal geblameerd hebben
wij zullen geblameerd hebben
jullie zullen geblameerd hebben
zij zullen geblameerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou blameren
jij zou blameren
hij zou blameren
wij zouden blameren
jullie zouden blameren
zij zouden blameren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geblameerd hebben
jij zou geblameerd hebben
hij zou geblameerd hebben
wij zouden geblameerd hebben
jullie zouden geblameerd hebben
zij zouden geblameerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blameer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/blameren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English