NL: bladerenSynoniemen: doorbladeren, loof, blad
DE: blättern, stöbern
EN: flip through the pages, leaf through the pages, turn over the pages
ES: hojear
FR: tourner les pages, feuilleter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebladerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blader jij bladert hij bladert wij bladeren jullie bladeren zij bladeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebladerd jij hebt gebladerd hij heeft gebladerd wij hebben gebladerd jullie hebben gebladerd zij hebben gebladerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bladerde jij bladerde hij bladerde wij bladerden jullie bladerden zij bladerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebladerd jij had gebladerd hij had gebladerd wij hadden gebladerd jullie hadden gebladerd zij hadden gebladerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bladeren jij zult bladeren hij zal bladeren wij zullen bladeren jullie zullen bladeren zij zullen bladeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebladerd hebben jij zult gebladerd hebben hij zal gebladerd hebben wij zullen gebladerd hebben jullie zullen gebladerd hebben zij zullen gebladerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bladeren jij zou bladeren hij zou bladeren wij zouden bladeren jullie zouden bladeren zij zouden bladeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebladerd hebben jij zou gebladerd hebben hij zou gebladerd hebben wij zouden gebladerd hebben jullie zouden gebladerd hebben zij zouden gebladerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blader
|