NL: black-outen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geblack-out
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik black-out jij black-out hij black-out wij black-outen jullie black-outen zij black-outen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geblack-out jij hebt geblack-out hij heeft geblack-out wij hebben geblack-out jullie hebben geblack-out zij hebben geblack-out
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik black-outte jij black-outte hij black-outte wij black-outten jullie black-outten zij black-outten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geblack-out jij had geblack-out hij had geblack-out wij hadden geblack-out jullie hadden geblack-out zij hadden geblack-out
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal black-outen jij zult black-outen hij zal black-outen wij zullen black-outen jullie zullen black-outen zij zullen black-outen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geblack-out hebben jij zult geblack-out hebben hij zal geblack-out hebben wij zullen geblack-out hebben jullie zullen geblack-out hebben zij zullen geblack-out hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou black-outen jij zou black-outen hij zou black-outen wij zouden black-outen jullie zouden black-outen zij zouden black-outen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geblack-out hebben jij zou geblack-out hebben hij zou geblack-out hebben wij zouden geblack-out hebben jullie zouden geblack-out hebben zij zouden geblack-out hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
black-out
|