NL: birdwatchen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebirdwatcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik birdwatch jij birdwatcht hij birdwatcht wij birdwatchen jullie birdwatchen zij birdwatchen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebirdwatcht jij hebt gebirdwatcht hij heeft gebirdwatcht wij hebben gebirdwatcht jullie hebben gebirdwatcht zij hebben gebirdwatcht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik birdwatchde jij birdwatchde hij birdwatchde wij birdwatchden jullie birdwatchden zij birdwatchden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebirdwatcht jij had gebirdwatcht hij had gebirdwatcht wij hadden gebirdwatcht jullie hadden gebirdwatcht zij hadden gebirdwatcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal birdwatchen jij zult birdwatchen hij zal birdwatchen wij zullen birdwatchen jullie zullen birdwatchen zij zullen birdwatchen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebirdwatcht hebben jij zult gebirdwatcht hebben hij zal gebirdwatcht hebben wij zullen gebirdwatcht hebben jullie zullen gebirdwatcht hebben zij zullen gebirdwatcht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou birdwatchen jij zou birdwatchen hij zou birdwatchen wij zouden birdwatchen jullie zouden birdwatchen zij zouden birdwatchen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebirdwatcht hebben jij zou gebirdwatcht hebben hij zou gebirdwatcht hebben wij zouden gebirdwatcht hebben jullie zouden gebirdwatcht hebben zij zouden gebirdwatcht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
birdwatch
|