EN: to birchNL: de berk (m)
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
birching
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I birch you birch he birches we birch you birch they birch
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have birched you have birched he has birched we have birched you have birched they have birched
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I birched you birched he birched we birched you birched they birched
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had birched you had birched he had birched we had birched you had birched they had birched
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will birch you will birch he will birch we will birch you will birch they will birch
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have birched you will have birched he will have birched we will have birched you will have birched they will have birched
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would birch you would birch he would birch we would birch you would birch they would birch
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have birched you would have birched he would have birched we would have birched you would have birched they would have birched
|