NL: biologerenSynoniemen: fascineren, hypnotiseren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebiologeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik biologeer jij biologeert hij biologeert wij biologeren jullie biologeren zij biologeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebiologeerd jij hebt gebiologeerd hij heeft gebiologeerd wij hebben gebiologeerd jullie hebben gebiologeerd zij hebben gebiologeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik biologeerde jij biologeerde hij biologeerde wij biologeerden jullie biologeerden zij biologeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebiologeerd jij had gebiologeerd hij had gebiologeerd wij hadden gebiologeerd jullie hadden gebiologeerd zij hadden gebiologeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal biologeren jij zult biologeren hij zal biologeren wij zullen biologeren jullie zullen biologeren zij zullen biologeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebiologeerd hebben jij zult gebiologeerd hebben hij zal gebiologeerd hebben wij zullen gebiologeerd hebben jullie zullen gebiologeerd hebben zij zullen gebiologeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou biologeren jij zou biologeren hij zou biologeren wij zouden biologeren jullie zouden biologeren zij zouden biologeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebiologeerd hebben jij zou gebiologeerd hebben hij zou gebiologeerd hebben wij zouden gebiologeerd hebben jullie zouden gebiologeerd hebben zij zouden gebiologeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
biologeer
|