NL: binnenkrijgenSynoniemen: opslokken, zwelgen
DE: binnenkrijgen (opslokken): nehmen, hereinkriegen, verschlucken, fressen, genießen, schlucken, verschlingen, verzehren, stopfen, einstecken, verspeisen, futtern, schwelgen, schlingen, ätzen
EN: binnenkrijgen (opslokken): gulp down
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
binnengekregen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik krijg binnen jij krijgt binnen hij krijgt binnen wij krijgen binnen jullie krijgen binnen zij krijgen binnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb binnengekregen jij hebt binnengekregen hij heeft binnengekregen wij hebben binnengekregen jullie hebben binnengekregen zij hebben binnengekregen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kreeg binnen jij kreeg binnen hij kreeg binnen wij kregen binnen jullie kregen binnen zij kregen binnen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had binnengekregen jij had binnengekregen hij had binnengekregen wij hadden binnengekregen jullie hadden binnengekregen zij hadden binnengekregen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal binnenkrijgen jij zult binnenkrijgen hij zal binnenkrijgen wij zullen binnenkrijgen jullie zullen binnenkrijgen zij zullen binnenkrijgen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal binnengekregen hebben jij zult binnengekregen hebben hij zal binnengekregen hebben wij zullen binnengekregen hebben jullie zullen binnengekregen hebben zij zullen binnengekregen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou binnenkrijgen jij zou binnenkrijgen hij zou binnenkrijgen wij zouden binnenkrijgen jullie zouden binnenkrijgen zij zouden binnenkrijgen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou binnengekregen hebben jij zou binnengekregen hebben hij zou binnengekregen hebben wij zouden binnengekregen hebben jullie zouden binnengekregen hebben zij zouden binnengekregen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
krijg binnen
|