NL: binnendringenSynoniemen: binnenvallen, indringen, infiltreren, invallen, kraken, penetreren, penetratie, indringing
DE: hineindringen, eindringen
EN: invade, penetrate, enter by force, break into, force one' way in
ES: invadir, entrar en, intrusarse en, penetrar en
FR: envahir, faire une invasion, pénétrer dans, entrer dans, faire irruption dans, s'introduire, s'infiltrer, faire entrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
binnengedrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dring binnen jij dringt binnen hij dringt binnen wij dringen binnen jullie dringen binnen zij dringen binnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb binnengedrongen jij hebt binnengedrongen hij heeft binnengedrongen wij hebben binnengedrongen jullie hebben binnengedrongen zij hebben binnengedrongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drong binnen jij drong binnen hij drong binnen wij drongen binnen jullie drongen binnen zij drongen binnen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had binnengedrongen jij had binnengedrongen hij had binnengedrongen wij hadden binnengedrongen jullie hadden binnengedrongen zij hadden binnengedrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal binnendringen jij zult binnendringen hij zal binnendringen wij zullen binnendringen jullie zullen binnendringen zij zullen binnendringen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal binnengedrongen hebben jij zult binnengedrongen hebben hij zal binnengedrongen hebben wij zullen binnengedrongen hebben jullie zullen binnengedrongen hebben zij zullen binnengedrongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou binnendringen jij zou binnendringen hij zou binnendringen wij zouden binnendringen jullie zouden binnendringen zij zouden binnendringen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou binnengedrongen hebben jij zou binnengedrongen hebben hij zou binnengedrongen hebben wij zouden binnengedrongen hebben jullie zouden binnengedrongen hebben zij zouden binnengedrongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dring binnen
|