NL: binnenbreken U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
binnengebroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breek binnen jij breekt binnen hij breekt binnen wij breken binnen jullie breken binnen zij breken binnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb binnengebroken jij hebt binnengebroken hij heeft binnengebroken wij hebben binnengebroken jullie hebben binnengebroken zij hebben binnengebroken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik brak binnen jij brak binnen hij brak binnen wij braken binnen jullie braken binnen zij braken binnen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had binnengebroken jij had binnengebroken hij had binnengebroken wij hadden binnengebroken jullie hadden binnengebroken zij hadden binnengebroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal binnenbreken jij zult binnenbreken hij zal binnenbreken wij zullen binnenbreken jullie zullen binnenbreken zij zullen binnenbreken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal binnengebroken hebben jij zult binnengebroken hebben hij zal binnengebroken hebben wij zullen binnengebroken hebben jullie zullen binnengebroken hebben zij zullen binnengebroken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou binnenbreken jij zou binnenbreken hij zou binnenbreken wij zouden binnenbreken jullie zouden binnenbreken zij zouden binnenbreken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou binnengebroken hebben jij zou binnengebroken hebben hij zou binnengebroken hebben wij zouden binnengebroken hebben jullie zouden binnengebroken hebben zij zouden binnengebroken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breek binnen
|