NL: bijwerkenSynoniemen: actualiseren, afwerken, bijspijkeren, retoucheren, updaten, verbeteren, repareren, renoveren, herzien, herstellen, goedmaken, corrigeren, beteren, overwerken, nawerken, namaken
DE: bijwerken (retoucheren): frisieren, retuschieren
EN: bijwerken (retoucheren): retouch, touch up
ES: bijwerken (retoucheren): actualizar, enriquecer, retocar, encumbrarse, encaramarse, dar clases particulares a
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bijgewerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik werk bij jij werkt bij hij werkt bij wij werken bij jullie werken bij zij werken bij
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bijgewerkt jij hebt bijgewerkt hij heeft bijgewerkt wij hebben bijgewerkt jullie hebben bijgewerkt zij hebben bijgewerkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik werkte bij jij werkte bij hij werkte bij wij werkten bij jullie werkten bij zij werkten bij
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bijgewerkt jij had bijgewerkt hij had bijgewerkt wij hadden bijgewerkt jullie hadden bijgewerkt zij hadden bijgewerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bijwerken jij zult bijwerken hij zal bijwerken wij zullen bijwerken jullie zullen bijwerken zij zullen bijwerken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bijgewerkt hebben jij zult bijgewerkt hebben hij zal bijgewerkt hebben wij zullen bijgewerkt hebben jullie zullen bijgewerkt hebben zij zullen bijgewerkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bijwerken jij zou bijwerken hij zou bijwerken wij zouden bijwerken jullie zouden bijwerken zij zouden bijwerken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bijgewerkt hebben jij zou bijgewerkt hebben hij zou bijgewerkt hebben wij zouden bijgewerkt hebben jullie zouden bijgewerkt hebben zij zouden bijgewerkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
werk bij
|