NL: bijtenSynoniemen: branden, happen
DE: das Beißen
EN: the biting
ES: el morder
FR: la morsure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bijt jij bijt hij bijt wij bijten jullie bijten zij bijten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebeten jij hebt gebeten hij heeft gebeten wij hebben gebeten jullie hebben gebeten zij hebben gebeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beet jij beet hij beet wij beten jullie beten zij beten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebeten jij had gebeten hij had gebeten wij hadden gebeten jullie hadden gebeten zij hadden gebeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bijten jij zult bijten hij zal bijten wij zullen bijten jullie zullen bijten zij zullen bijten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebeten hebben jij zult gebeten hebben hij zal gebeten hebben wij zullen gebeten hebben jullie zullen gebeten hebben zij zullen gebeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bijten jij zou bijten hij zou bijten wij zouden bijten jullie zouden bijten zij zouden bijten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebeten hebben jij zou gebeten hebben hij zou gebeten hebben wij zouden gebeten hebben jullie zouden gebeten hebben zij zouden gebeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bijt
|