NL: bijdragenSynoniemen: geven, gunstig zijn, meehelpen, leveren, inbrengen
DE: beitragen, einbringen
EN: contribute
ES: ayudar a, aportar
FR: contribuer, apporter, cotiser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bijgedragen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik draag bij jij draagt bij hij draagt bij wij dragen bij jullie dragen bij zij dragen bij
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bijgedragen jij hebt bijgedragen hij heeft bijgedragen wij hebben bijgedragen jullie hebben bijgedragen zij hebben bijgedragen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik droeg bij jij droeg bij hij droeg bij wij droegen bij jullie droegen bij zij droegen bij
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bijgedragen jij had bijgedragen hij had bijgedragen wij hadden bijgedragen jullie hadden bijgedragen zij hadden bijgedragen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bijdragen jij zult bijdragen hij zal bijdragen wij zullen bijdragen jullie zullen bijdragen zij zullen bijdragen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bijgedragen hebben jij zult bijgedragen hebben hij zal bijgedragen hebben wij zullen bijgedragen hebben jullie zullen bijgedragen hebben zij zullen bijgedragen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bijdragen jij zou bijdragen hij zou bijdragen wij zouden bijdragen jullie zouden bijdragen zij zouden bijdragen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bijgedragen hebben jij zou bijgedragen hebben hij zou bijgedragen hebben wij zouden bijgedragen hebben jullie zouden bijgedragen hebben zij zouden bijgedragen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
draag bij
|