Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bijbouwen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: bijbouwen
Synoniemen: uitbouwen, aanbouwen

EN: extend, build out, expand, build, add, add on to, add new buildings
FR: agrandir, construire, bâtir, ajouter à

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
bijgebouwd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bouw bij
jij bouwt bij
hij bouwt bij
wij bouwen bij
jullie bouwen bij
zij bouwen bij
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb bijgebouwd
jij hebt bijgebouwd
hij heeft bijgebouwd
wij hebben bijgebouwd
jullie hebben bijgebouwd
zij hebben bijgebouwd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bouwde bij
jij bouwde bij
hij bouwde bij
wij bouwden bij
jullie bouwden bij
zij bouwden bij
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had bijgebouwd
jij had bijgebouwd
hij had bijgebouwd
wij hadden bijgebouwd
jullie hadden bijgebouwd
zij hadden bijgebouwd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bijbouwen
jij zult bijbouwen
hij zal bijbouwen
wij zullen bijbouwen
jullie zullen bijbouwen
zij zullen bijbouwen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal bijgebouwd hebben
jij zult bijgebouwd hebben
hij zal bijgebouwd hebben
wij zullen bijgebouwd hebben
jullie zullen bijgebouwd hebben
zij zullen bijgebouwd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bijbouwen
jij zou bijbouwen
hij zou bijbouwen
wij zouden bijbouwen
jullie zouden bijbouwen
zij zouden bijbouwen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou bijgebouwd hebben
jij zou bijgebouwd hebben
hij zou bijgebouwd hebben
wij zouden bijgebouwd hebben
jullie zouden bijgebouwd hebben
zij zouden bijgebouwd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bouw bij

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bijbouwen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English