Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

Synoniemen: bezweren, danken, smeken, gebed, vragen, verzoeken

DE: bidden (in gebed zijn): beten, bitten, flehen, betteln
EN: bidden (in gebed zijn): pray, say grace
ES: bidden (in gebed zijn): rogar, rezar, pedir, solicitar, suplicar, mendigar, implorar
FR: bidden (in gebed zijn): prier, demander, implorer, supplier


NL: bidden

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gebeden

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik bid
jij bidt
hij bidt
wij bidden
jullie bidden
zij bidden

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik bid
dat jij bidt
dat hij bidt
dat wij bidden
dat jullie bidden
dat zij bidden

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gebeden
jij hebt gebeden
hij heeft gebeden
wij hebben gebeden
jullie hebben gebeden
zij hebben gebeden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik bad
jij bad
hij bad
wij baden
jullie baden
zij baden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik bad
dat jij bad
dat hij bad
dat wij baden
dat jullie baden
dat zij baden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gebeden
jij had gebeden
hij had gebeden
wij hadden gebeden
jullie hadden gebeden
zij hadden gebeden

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal bidden
jij zult bidden
hij zal bidden
wij zullen bidden
jullie zullen bidden
zij zullen bidden

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gebeden hebben
jij zult gebeden hebben
hij zal gebeden hebben
wij zullen gebeden hebben
jullie zullen gebeden hebben
zij zullen gebeden hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou bidden
jij zou bidden
hij zou bidden
wij zouden bidden
jullie zouden bidden
zij zouden bidden

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gebeden hebben
jij zou gebeden hebben
hij zou gebeden hebben
wij zouden gebeden hebben
jullie zouden gebeden hebben
zij zouden gebeden hebben

Gebiedende wijs
bid


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden