NL: bezurenSynoniemen: opbreken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bezuurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bezuur jij bezuurt hij bezuurt wij bezuren jullie bezuren zij bezuren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bezuurd jij hebt bezuurd hij heeft bezuurd wij hebben bezuurd jullie hebben bezuurd zij hebben bezuurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bezuurde jij bezuurde hij bezuurde wij bezuurden jullie bezuurden zij bezuurden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bezuurd jij had bezuurd hij had bezuurd wij hadden bezuurd jullie hadden bezuurd zij hadden bezuurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bezuren jij zult bezuren hij zal bezuren wij zullen bezuren jullie zullen bezuren zij zullen bezuren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bezuurd hebben jij zult bezuurd hebben hij zal bezuurd hebben wij zullen bezuurd hebben jullie zullen bezuurd hebben zij zullen bezuurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bezuren jij zou bezuren hij zou bezuren wij zouden bezuren jullie zouden bezuren zij zouden bezuren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bezuurd hebben jij zou bezuurd hebben hij zou bezuurd hebben wij zouden bezuurd hebben jullie zouden bezuurd hebben zij zouden bezuurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bezuur
|