NL: bezoekenSynoniemen: aanwippen, bekijken, visiteren, opzoeken, afgaan, voorbijkomen, langskomen, inlopen, aankomen, langsgaan
DE: bezoeken (op bezoek komen): besuchen, vorbeikommen
EN: bezoeken (op bezoek komen): visit, drop by, drop in
ES: bezoeken (op bezoek komen): visitar, pasar a ver, ir a ver, pasar por
FR: bezoeken (op bezoek komen): rendre visite, passer, fréquenter, aller voir, rendre visite à, faire une invasion, envahir, consulter, pénétrer dans, chercher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bezocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bezoek jij bezoekt hij bezoekt wij bezoeken jullie bezoeken zij bezoeken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bezocht jij hebt bezocht hij heeft bezocht wij hebben bezocht jullie hebben bezocht zij hebben bezocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bezocht jij bezocht hij bezocht wij bezochten jullie bezochten zij bezochten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bezocht jij had bezocht hij had bezocht wij hadden bezocht jullie hadden bezocht zij hadden bezocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bezoeken jij zult bezoeken hij zal bezoeken wij zullen bezoeken jullie zullen bezoeken zij zullen bezoeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bezocht hebben jij zult bezocht hebben hij zal bezocht hebben wij zullen bezocht hebben jullie zullen bezocht hebben zij zullen bezocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bezoeken jij zou bezoeken hij zou bezoeken wij zouden bezoeken jullie zouden bezoeken zij zouden bezoeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bezocht hebben jij zou bezocht hebben hij zou bezocht hebben wij zouden bezocht hebben jullie zouden bezocht hebben zij zouden bezocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bezoek
|