NL: bezittenSynoniemen: beschikken, , hebben
DE: bezitten (in eigendom hebben): haben, besitzen
EN: bezitten (in eigendom hebben): have, possess, own
ES: bezitten (in eigendom hebben): tener, propiedades, disponer de, poseer
FR: bezitten (in eigendom hebben): avoir, posséder, disposer de, tenir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bezit jij bezit hij bezit wij bezitten jullie bezitten zij bezitten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bezeten jij hebt bezeten hij heeft bezeten wij hebben bezeten jullie hebben bezeten zij hebben bezeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bezat jij bezat hij bezat wij bezaten jullie bezaten zij bezaten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bezeten jij had bezeten hij had bezeten wij hadden bezeten jullie hadden bezeten zij hadden bezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bezitten jij zult bezitten hij zal bezitten wij zullen bezitten jullie zullen bezitten zij zullen bezitten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bezeten hebben jij zult bezeten hebben hij zal bezeten hebben wij zullen bezeten hebben jullie zullen bezeten hebben zij zullen bezeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bezitten jij zou bezitten hij zou bezitten wij zouden bezitten jullie zouden bezitten zij zouden bezitten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bezeten hebben jij zou bezeten hebben hij zou bezeten hebben wij zouden bezeten hebben jullie zouden bezeten hebben zij zouden bezeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bezit
|