NL: bezighoudenSynoniemen: amuseren, ongerust maken
DE: beschäftigen, sich beschäftigen
EN: keep busy
ES: ocupar
FR: se préoccuper de, occuper
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beziggehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik houd bezig; hou bezig jij houdt bezig hij houdt bezig wij houden bezig jullie houden bezig zij houden bezig
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beziggehouden jij hebt beziggehouden hij heeft beziggehouden wij hebben beziggehouden jullie hebben beziggehouden zij hebben beziggehouden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hield bezig jij hield bezig hij hield bezig wij hielden bezig jullie hielden bezig zij hielden bezig
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beziggehouden jij had beziggehouden hij had beziggehouden wij hadden beziggehouden jullie hadden beziggehouden zij hadden beziggehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bezighouden jij zult bezighouden hij zal bezighouden wij zullen bezighouden jullie zullen bezighouden zij zullen bezighouden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beziggehouden hebben jij zult beziggehouden hebben hij zal beziggehouden hebben wij zullen beziggehouden hebben jullie zullen beziggehouden hebben zij zullen beziggehouden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bezighouden jij zou bezighouden hij zou bezighouden wij zouden bezighouden jullie zouden bezighouden zij zouden bezighouden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beziggehouden hebben jij zou beziggehouden hebben hij zou beziggehouden hebben wij zouden beziggehouden hebben jullie zouden beziggehouden hebben zij zouden beziggehouden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
houd bezig; hou bezig
|