Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bezichtigen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: bezichtigen

NL: bezichtigen
DE: beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, klagen, verklagen, zur Last legen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
bezichtigd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bezichtig
jij bezichtigt
hij bezichtigt
wij bezichtigen
jullie bezichtigen
zij bezichtigen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb bezichtigd
jij hebt bezichtigd
hij heeft bezichtigd
wij hebben bezichtigd
jullie hebben bezichtigd
zij hebben bezichtigd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bezichtigde
jij bezichtigde
hij bezichtigde
wij bezichtigden
jullie bezichtigden
zij bezichtigden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had bezichtigd
jij had bezichtigd
hij had bezichtigd
wij hadden bezichtigd
jullie hadden bezichtigd
zij hadden bezichtigd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bezichtigen
jij zult bezichtigen
hij zal bezichtigen
wij zullen bezichtigen
jullie zullen bezichtigen
zij zullen bezichtigen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal bezichtigd hebben
jij zult bezichtigd hebben
hij zal bezichtigd hebben
wij zullen bezichtigd hebben
jullie zullen bezichtigd hebben
zij zullen bezichtigd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bezichtigen
jij zou bezichtigen
hij zou bezichtigen
wij zouden bezichtigen
jullie zouden bezichtigen
zij zouden bezichtigen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou bezichtigd hebben
jij zou bezichtigd hebben
hij zou bezichtigd hebben
wij zouden bezichtigd hebben
jullie zouden bezichtigd hebben
zij zouden bezichtigd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bezichtig


DE: bezichtigen
Synoniemen: beschuldigen, anklagen, anlasten, anschuldigen, eine Anklage einreichen/erheben, eine Klage einreichen/erheben, klagen, verklagen, zur Last legen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
bezichtigt
bezichtigend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich bezichtige
du bezichtigst
er bezichtigt
wir bezichtigen
ihr bezichtigt
sie; Sie bezichtigen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe bezichtigt
du hast bezichtigt
er hat bezichtigt
wir haben bezichtigt
ihr habt bezichtigt
sie; Sie haben bezichtigt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich bezichtigte
du bezichtigtest
er bezichtigte
wir bezichtigten
ihr bezichtigtet
sie; Sie bezichtigten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte bezichtigt
du hattest bezichtigt
er hatte bezichtigt
wir hatten bezichtigt
ihr hattet bezichtigt
sie; Sie hatten bezichtigt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde bezichtigen
du wirst bezichtigen
er wird bezichtigen
wir werden bezichtigen
ihr werdet bezichtigen
sie; Sie werden bezichtigen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde bezichtigt haben
du wirst bezichtigt haben
er wird bezichtigt haben
wir werden bezichtigt haben
ihr werdet bezichtigt haben
sie; Sie werden bezichtigt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich bezichtige
du bezichtigest
er bezichtige
wir bezichtigen
ihr bezichtiget
sie; Sie bezichtigen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe bezichtigt
du habest bezichtigt
er habe bezichtigt
wir haben bezichtigt
ihr habet bezichtigt
sie; Sie haben bezichtigt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich bezichtigte
du bezichtigtest
er bezichtigte
wir bezichtigten
ihr bezichtigtet
sie; Sie bezichtigten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte bezichtigt
du hättest bezichtigt
er hätte bezichtigt
wir hätten bezichtigt
ihr hättet bezichtigt
sie; Sie hätten bezichtigt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde bezichtigen
du würdest bezichtigen
er würde bezichtigen
wir würden bezichtigen
ihr würdet bezichtigen
sie; Sie würden bezichtigen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde bezichtigt haben
du würdest bezichtigt haben
er würde bezichtigt haben
wir würden bezichtigt haben
ihr würdet bezichtigt haben
sie; Sie würden bezichtigt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du bezichtige

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bezichtigen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English