NL: bewarenSynoniemen: archiveren, behoeden, behouden, conserveren, houden, opslaan, wegzetten, bergen, , opbergen, verzorgen, oppassen, hoeden, bewaken, behartigen, beschermen, deponeren
DE: bewahren, konservieren, aufheben, aufbewahren, einkochen, einmachen, einbüchsen
EN: preserve, conserve, keep
ES: conservar, guardar
FR: maintenir, garder, conserver, préserver
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bewaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bewaar jij bewaart hij bewaart wij bewaren jullie bewaren zij bewaren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bewaard jij hebt bewaard hij heeft bewaard wij hebben bewaard jullie hebben bewaard zij hebben bewaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bewaarde jij bewaarde hij bewaarde wij bewaarden jullie bewaarden zij bewaarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bewaard jij had bewaard hij had bewaard wij hadden bewaard jullie hadden bewaard zij hadden bewaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bewaren jij zult bewaren hij zal bewaren wij zullen bewaren jullie zullen bewaren zij zullen bewaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bewaard hebben jij zult bewaard hebben hij zal bewaard hebben wij zullen bewaard hebben jullie zullen bewaard hebben zij zullen bewaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bewaren jij zou bewaren hij zou bewaren wij zouden bewaren jullie zouden bewaren zij zouden bewaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bewaard hebben jij zou bewaard hebben hij zou bewaard hebben wij zouden bewaard hebben jullie zouden bewaard hebben zij zouden bewaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bewaar
|