NL: bewakenSynoniemen: begeleiden, beheersen, verzorgen, oppassen, hoeden, bewaren, behartigen, toezien, surveilleren
DE: bewaken (toezicht houden): bewachen, überwachen, patrouillieren, beaufsichtigen, inspizieren
EN: bewaken (toezicht houden): supervise, monitor, keep and eye on, watch, patrol
ES: bewaken (toezicht houden): controlar, guardar, patrullar
FR: bewaken (toezicht houden): garder, surveiller, observer, patrouiller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bewaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bewaak jij bewaakt hij bewaakt wij bewaken jullie bewaken zij bewaken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bewaakt jij hebt bewaakt hij heeft bewaakt wij hebben bewaakt jullie hebben bewaakt zij hebben bewaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bewaakte jij bewaakte hij bewaakte wij bewaakten jullie bewaakten zij bewaakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bewaakt jij had bewaakt hij had bewaakt wij hadden bewaakt jullie hadden bewaakt zij hadden bewaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bewaken jij zult bewaken hij zal bewaken wij zullen bewaken jullie zullen bewaken zij zullen bewaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bewaakt hebben jij zult bewaakt hebben hij zal bewaakt hebben wij zullen bewaakt hebben jullie zullen bewaakt hebben zij zullen bewaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bewaken jij zou bewaken hij zou bewaken wij zouden bewaken jullie zouden bewaken zij zouden bewaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bewaakt hebben jij zou bewaakt hebben hij zou bewaakt hebben wij zouden bewaakt hebben jullie zouden bewaakt hebben zij zouden bewaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bewaak
|