NL: bevorderenSynoniemen: aanmoedigen, benoemen, promoveren, toelaten, stimuleren, , cultiveren
DE: befördern, avancieren
EN: promote, advance, go ahead
ES: promover
FR: promouvoir, favoriser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bevorderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bevorder jij bevordert hij bevordert wij bevorderen jullie bevorderen zij bevorderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bevorderd jij hebt bevorderd hij heeft bevorderd wij hebben bevorderd jullie hebben bevorderd zij hebben bevorderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bevorderde jij bevorderde hij bevorderde wij bevorderden jullie bevorderden zij bevorderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bevorderd jij had bevorderd hij had bevorderd wij hadden bevorderd jullie hadden bevorderd zij hadden bevorderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bevorderen jij zult bevorderen hij zal bevorderen wij zullen bevorderen jullie zullen bevorderen zij zullen bevorderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bevorderd hebben jij zult bevorderd hebben hij zal bevorderd hebben wij zullen bevorderd hebben jullie zullen bevorderd hebben zij zullen bevorderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bevorderen jij zou bevorderen hij zou bevorderen wij zouden bevorderen jullie zouden bevorderen zij zouden bevorderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bevorderd hebben jij zou bevorderd hebben hij zou bevorderd hebben wij zouden bevorderd hebben jullie zouden bevorderd hebben zij zouden bevorderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bevorder
|