NL: bevoorradenSynoniemen: foerageren
DE: bevorraten, mit Vorräten versorgen, mit Vorräten versehen
EN: provision, supply, stock up
ES: abastecer, aprovisionar
FR: approvisionner, ravitailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bevoorraad
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bevoorraad jij bevoorraadt hij bevoorraadt wij bevoorraden jullie bevoorraden zij bevoorraden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bevoorraad jij hebt bevoorraad hij heeft bevoorraad wij hebben bevoorraad jullie hebben bevoorraad zij hebben bevoorraad
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bevoorraadde jij bevoorraadde hij bevoorraadde wij bevoorraadden jullie bevoorraadden zij bevoorraadden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bevoorraad jij had bevoorraad hij had bevoorraad wij hadden bevoorraad jullie hadden bevoorraad zij hadden bevoorraad
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bevoorraden jij zult bevoorraden hij zal bevoorraden wij zullen bevoorraden jullie zullen bevoorraden zij zullen bevoorraden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bevoorraad hebben jij zult bevoorraad hebben hij zal bevoorraad hebben wij zullen bevoorraad hebben jullie zullen bevoorraad hebben zij zullen bevoorraad hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bevoorraden jij zou bevoorraden hij zou bevoorraden wij zouden bevoorraden jullie zouden bevoorraden zij zouden bevoorraden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bevoorraad hebben jij zou bevoorraad hebben hij zou bevoorraad hebben wij zouden bevoorraad hebben jullie zouden bevoorraad hebben zij zouden bevoorraad hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bevoorraad
|