NL: bevolkenDE: bevölkern
EN: populate, people
FR: peupler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bevolkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bevolk jij bevolkt hij bevolkt wij bevolken jullie bevolken zij bevolken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bevolkt jij hebt bevolkt hij heeft bevolkt wij hebben bevolkt jullie hebben bevolkt zij hebben bevolkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bevolkte jij bevolkte hij bevolkte wij bevolkten jullie bevolkten zij bevolkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bevolkt jij had bevolkt hij had bevolkt wij hadden bevolkt jullie hadden bevolkt zij hadden bevolkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bevolken jij zult bevolken hij zal bevolken wij zullen bevolken jullie zullen bevolken zij zullen bevolken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bevolkt hebben jij zult bevolkt hebben hij zal bevolkt hebben wij zullen bevolkt hebben jullie zullen bevolkt hebben zij zullen bevolkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bevolken jij zou bevolken hij zou bevolken wij zouden bevolken jullie zouden bevolken zij zouden bevolken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bevolkt hebben jij zou bevolkt hebben hij zou bevolkt hebben wij zouden bevolkt hebben jullie zouden bevolkt hebben zij zouden bevolkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bevolk
|