NL: bevestigenSynoniemen: aanbrengen, aanhechten, beamen, bekrachtigen, vastmaken, overtuigender, , hechten, toestemmen, staven, goedkeuren, vaststellen, tuigeren, fixeren, bepalen, onderschrijven, vastzetten, bevestiging, homologeren, bezegelen, verzekeren, verbinden, vastleggen,
DE: befestigen, festmachen, heften, beglaubigen, anbinden, anheften, festhaken, festheften
EN: affix, attach, fasten, connect, secure, attach to
ES: montar, colocar, fijar
FR: attacher, fixer, installer, attacher à qc, poser, renforcer, marquer, lier, coller, nouer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bevestigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bevestig jij bevestigt hij bevestigt wij bevestigen jullie bevestigen zij bevestigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bevestigd jij hebt bevestigd hij heeft bevestigd wij hebben bevestigd jullie hebben bevestigd zij hebben bevestigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bevestigde jij bevestigde hij bevestigde wij bevestigden jullie bevestigden zij bevestigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bevestigd jij had bevestigd hij had bevestigd wij hadden bevestigd jullie hadden bevestigd zij hadden bevestigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bevestigen jij zult bevestigen hij zal bevestigen wij zullen bevestigen jullie zullen bevestigen zij zullen bevestigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bevestigd hebben jij zult bevestigd hebben hij zal bevestigd hebben wij zullen bevestigd hebben jullie zullen bevestigd hebben zij zullen bevestigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bevestigen jij zou bevestigen hij zou bevestigen wij zouden bevestigen jullie zouden bevestigen zij zouden bevestigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bevestigd hebben jij zou bevestigd hebben hij zou bevestigd hebben wij zouden bevestigd hebben jullie zouden bevestigd hebben zij zouden bevestigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bevestig
|