NL: bevattenSynoniemen: begrijpen, behelzen, bevat, inhouden
DE: enthalten, beinhalten
EN: add
ES: contener, comprender
FR: contenir, comporter, renfermer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bevat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bevat jij bevat hij bevat wij bevatten jullie bevatten zij bevatten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bevat jij hebt bevat hij heeft bevat wij hebben bevat jullie hebben bevat zij hebben bevat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bevatte jij bevatte hij bevatte wij bevatten jullie bevatten zij bevatten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bevat jij had bevat hij had bevat wij hadden bevat jullie hadden bevat zij hadden bevat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bevatten jij zult bevatten hij zal bevatten wij zullen bevatten jullie zullen bevatten zij zullen bevatten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bevat hebben jij zult bevat hebben hij zal bevat hebben wij zullen bevat hebben jullie zullen bevat hebben zij zullen bevat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bevatten jij zou bevatten hij zou bevatten wij zouden bevatten jullie zouden bevatten zij zouden bevatten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bevat hebben jij zou bevat hebben hij zou bevat hebben wij zouden bevat hebben jullie zouden bevat hebben zij zouden bevat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bevat
|