NL: betwijfelenSynoniemen: twijfelen
DE: bezweifeln
EN: doubt, be doubtful, be in doubt
FR: douter, douter de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
betwijfeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik betwijfel jij betwijfelt hij betwijfelt wij betwijfelen jullie betwijfelen zij betwijfelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb betwijfeld jij hebt betwijfeld hij heeft betwijfeld wij hebben betwijfeld jullie hebben betwijfeld zij hebben betwijfeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik betwijfelde jij betwijfelde hij betwijfelde wij betwijfelden jullie betwijfelden zij betwijfelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had betwijfeld jij had betwijfeld hij had betwijfeld wij hadden betwijfeld jullie hadden betwijfeld zij hadden betwijfeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal betwijfelen jij zult betwijfelen hij zal betwijfelen wij zullen betwijfelen jullie zullen betwijfelen zij zullen betwijfelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal betwijfeld hebben jij zult betwijfeld hebben hij zal betwijfeld hebben wij zullen betwijfeld hebben jullie zullen betwijfeld hebben zij zullen betwijfeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou betwijfelen jij zou betwijfelen hij zou betwijfelen wij zouden betwijfelen jullie zouden betwijfelen zij zouden betwijfelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou betwijfeld hebben jij zou betwijfeld hebben hij zou betwijfeld hebben wij zouden betwijfeld hebben jullie zouden betwijfeld hebben zij zouden betwijfeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
betwijfel
|