Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

betrouwen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: betrouwen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
betrouwd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik betrouw
jij betrouwt
hij betrouwt
wij betrouwen
jullie betrouwen
zij betrouwen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb betrouwd
jij hebt betrouwd
hij heeft betrouwd
wij hebben betrouwd
jullie hebben betrouwd
zij hebben betrouwd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik betrouwde
jij betrouwde
hij betrouwde
wij betrouwden
jullie betrouwden
zij betrouwden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had betrouwd
jij had betrouwd
hij had betrouwd
wij hadden betrouwd
jullie hadden betrouwd
zij hadden betrouwd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal betrouwen
jij zult betrouwen
hij zal betrouwen
wij zullen betrouwen
jullie zullen betrouwen
zij zullen betrouwen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal betrouwd hebben
jij zult betrouwd hebben
hij zal betrouwd hebben
wij zullen betrouwd hebben
jullie zullen betrouwd hebben
zij zullen betrouwd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou betrouwen
jij zou betrouwen
hij zou betrouwen
wij zouden betrouwen
jullie zouden betrouwen
zij zouden betrouwen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou betrouwd hebben
jij zou betrouwd hebben
hij zou betrouwd hebben
wij zouden betrouwd hebben
jullie zouden betrouwd hebben
zij zouden betrouwd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
betrouw

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/betrouwen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English