Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

betichten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: betichten
Synoniemen: aanklagen, beschuldigen, verdenken, incrimineren

DE: betichten (verdacht maken): verdächtigen, beschuldigen, anklagen
EN: betichten (verdacht maken): accuse, insinuate, charge, incriminate
ES: betichten (verdacht maken): sospechar, acusar, adivinar, culpar, conjeturar, inculpar, barruntar
FR: betichten (verdacht maken): accuser, soupçonner, charger, suspecter, imputer, inculper, incriminer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
beticht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik beticht
jij beticht
hij beticht
wij betichten
jullie betichten
zij betichten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb beticht
jij hebt beticht
hij heeft beticht
wij hebben beticht
jullie hebben beticht
zij hebben beticht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik betichtte
jij betichtte
hij betichtte
wij betichtten
jullie betichtten
zij betichtten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had beticht
jij had beticht
hij had beticht
wij hadden beticht
jullie hadden beticht
zij hadden beticht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal betichten
jij zult betichten
hij zal betichten
wij zullen betichten
jullie zullen betichten
zij zullen betichten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal beticht hebben
jij zult beticht hebben
hij zal beticht hebben
wij zullen beticht hebben
jullie zullen beticht hebben
zij zullen beticht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou betichten
jij zou betichten
hij zou betichten
wij zouden betichten
jullie zouden betichten
zij zouden betichten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou beticht hebben
jij zou beticht hebben
hij zou beticht hebben
wij zouden beticht hebben
jullie zouden beticht hebben
zij zouden beticht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
beticht

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/betichten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English