Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

beteugelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: beteugelen
Synoniemen: bedwingen, beheersen, breidelen, intomen, tegengaan, matigen, bedaren, terughouden, onderdrukken, overmeesteren

DE: zügeln, unterdrücken, beherrschen, dämpfen, bändigen, in Zucht halten
EN: restrain, curb, check
ES: dominar, controlar, refrenar
FR: contrôler, réprimer, maîtriser, refréner, dominer, dompter, brider

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
beteugeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik beteugel
jij beteugelt
hij beteugelt
wij beteugelen
jullie beteugelen
zij beteugelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb beteugeld
jij hebt beteugeld
hij heeft beteugeld
wij hebben beteugeld
jullie hebben beteugeld
zij hebben beteugeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik beteugelde
jij beteugelde
hij beteugelde
wij beteugelden
jullie beteugelden
zij beteugelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had beteugeld
jij had beteugeld
hij had beteugeld
wij hadden beteugeld
jullie hadden beteugeld
zij hadden beteugeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal beteugelen
jij zult beteugelen
hij zal beteugelen
wij zullen beteugelen
jullie zullen beteugelen
zij zullen beteugelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal beteugeld hebben
jij zult beteugeld hebben
hij zal beteugeld hebben
wij zullen beteugeld hebben
jullie zullen beteugeld hebben
zij zullen beteugeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou beteugelen
jij zou beteugelen
hij zou beteugelen
wij zouden beteugelen
jullie zouden beteugelen
zij zouden beteugelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou beteugeld hebben
jij zou beteugeld hebben
hij zou beteugeld hebben
wij zouden beteugeld hebben
jullie zouden beteugeld hebben
zij zouden beteugeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
beteugel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/beteugelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English