NL: bestrooienSynoniemen: bezaaien, bedekken
DE: bestreuen, besäen
EN: cover with, sprinkle with, dust with
FR: saupoudrer, couvrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bestrooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bestrooi jij bestrooit hij bestrooit wij bestrooien jullie bestrooien zij bestrooien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bestrooid jij hebt bestrooid hij heeft bestrooid wij hebben bestrooid jullie hebben bestrooid zij hebben bestrooid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bestrooide jij bestrooide hij bestrooide wij bestrooiden jullie bestrooiden zij bestrooiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bestrooid jij had bestrooid hij had bestrooid wij hadden bestrooid jullie hadden bestrooid zij hadden bestrooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bestrooien jij zult bestrooien hij zal bestrooien wij zullen bestrooien jullie zullen bestrooien zij zullen bestrooien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bestrooid hebben jij zult bestrooid hebben hij zal bestrooid hebben wij zullen bestrooid hebben jullie zullen bestrooid hebben zij zullen bestrooid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bestrooien jij zou bestrooien hij zou bestrooien wij zouden bestrooien jullie zouden bestrooien zij zouden bestrooien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bestrooid hebben jij zou bestrooid hebben hij zou bestrooid hebben wij zouden bestrooid hebben jullie zouden bestrooid hebben zij zouden bestrooid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bestrooi
|