NL: bestormenSynoniemen: afstormen, attaqueren, bestoken, overstelpen, overvallen, aanvallen
EN: bestormen (attaqueren): attack, assault, raid, lay violent hands upon, storm, violate
FR: bestormen (attaqueren): attaquer, assaillir, imposer, forcer, agresser, faire violence, contraindre, assiéger, se précipiter, s'élancer, se ruer, brusquer, prendre d'assaut, se ruer sur, donner l'assaut à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bestormd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bestorm jij bestormt hij bestormt wij bestormen jullie bestormen zij bestormen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bestormd jij hebt bestormd hij heeft bestormd wij hebben bestormd jullie hebben bestormd zij hebben bestormd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bestormde jij bestormde hij bestormde wij bestormden jullie bestormden zij bestormden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bestormd jij had bestormd hij had bestormd wij hadden bestormd jullie hadden bestormd zij hadden bestormd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bestormen jij zult bestormen hij zal bestormen wij zullen bestormen jullie zullen bestormen zij zullen bestormen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bestormd hebben jij zult bestormd hebben hij zal bestormd hebben wij zullen bestormd hebben jullie zullen bestormd hebben zij zullen bestormd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bestormen jij zou bestormen hij zou bestormen wij zouden bestormen jullie zouden bestormen zij zouden bestormen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bestormd hebben jij zou bestormd hebben hij zou bestormd hebben wij zouden bestormd hebben jullie zouden bestormd hebben zij zouden bestormd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bestorm
|