Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: bestellen
NL: bestellen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
besteld

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik bestel
jij bestelt
hij bestelt
wij bestellen
jullie bestellen
zij bestellen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik bestel
dat jij bestelt
dat hij bestelt
dat wij bestellen
dat jullie bestellen
dat zij bestellen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb besteld
jij hebt besteld
hij heeft besteld
wij hebben besteld
jullie hebben besteld
zij hebben besteld

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik bestelde
jij bestelde
hij bestelde
wij bestelden
jullie bestelden
zij bestelden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik bestelde
dat jij bestelde
dat hij bestelde
dat wij bestelden
dat jullie bestelden
dat zij bestelden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had besteld
jij had besteld
hij had besteld
wij hadden besteld
jullie hadden besteld
zij hadden besteld

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal bestellen
jij zult bestellen
hij zal bestellen
wij zullen bestellen
jullie zullen bestellen
zij zullen bestellen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal besteld hebben
jij zult besteld hebben
hij zal besteld hebben
wij zullen besteld hebben
jullie zullen besteld hebben
zij zullen besteld hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou bestellen
jij zou bestellen
hij zou bestellen
wij zouden bestellen
jullie zouden bestellen
zij zouden bestellen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou besteld hebben
jij zou besteld hebben
hij zou besteld hebben
wij zouden besteld hebben
jullie zouden besteld hebben
zij zouden besteld hebben

Gebiedende wijs
bestel


Voorbeelden

  1. Mag ik even bestellen?
  2. ik wil graag een taxi bestellen
  3. kan ik hier kaartjes bestellen?
  4. ik wil graag vreemde valuta bestellen
  5. kan ik een nieuw cheque boek bestellen?
  6. Speciale kindermaaltijden kunt u van tevoren gratis telefonisch bestellen
  7. U hoeft deze maaltijden niet van tevoren te bestellen
  8. •Ga online taxfree winkelen voor u vertrekt, geef online uw bestelling door en ontvang uw aankopen aan boord!
  9. U kunt maximaal 4 producten per vlucht bestellen
  10. We willen bestellen
  11. Sinds 1 juni 2009 is het mogelijk om op het Centraal Station een milieuvriendelijke taxi te bestellen, speciaal voor korte ritten
  12. Ik zou graag wat rozen bestellen
  13. Ik zou graag iets willen bestellen
  14. Kunt u mijn bestelling binnen twee weken leveren?
  15. Kan ik een bestelling wijzigen of annuleren?


DE: bestellen    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
bestellt
bestellend

Indikativ Präsens
ich bestelle
du bestellst
er bestellt
wir bestellen
ihr bestellt
sie; Sie bestellen

Indikativ Perfekt
ich habe bestellt
du hast bestellt
er hat bestellt
wir haben bestellt
ihr habt bestellt
sie; Sie haben bestellt

Indikativ Präteritum
ich bestellte
du bestelltest
er bestellte
wir bestellten
ihr bestelltet
sie; Sie bestellten

Indikativ Plusquamperfekt
ich hatte bestellt
du hattest bestellt
er hatte bestellt
wir hatten bestellt
ihr hattet bestellt
sie; Sie hatten bestellt

Indikativ Futur I
ich werde bestellen
du wirst bestellen
er wird bestellen
wir werden bestellen
ihr werdet bestellen
sie; Sie werden bestellen

Indikativ Futur II
ich werde bestellt haben
du wirst bestellt haben
er wird bestellt haben
wir werden bestellt haben
ihr werdet bestellt haben
sie; Sie werden bestellt haben

Konjunktiv I Präsens
ich bestelle
du bestellest
er bestelle
wir bestellen
ihr bestellet
sie; Sie bestellen

Konjunktiv I Perfekt
ich habe bestellt
du habest bestellt
er habe bestellt
wir haben bestellt
ihr habet bestellt
sie; Sie haben bestellt

Konjunktiv II Präsens
ich bestellte
du bestelltest
er bestellte
wir bestellten
ihr bestelltet
sie; Sie bestellten

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte bestellt
du hättest bestellt
er hätte bestellt
wir hätten bestellt
ihr hättet bestellt
sie; Sie hätten bestellt

Konjunktiv II Futur I
ich würde bestellen
du würdest bestellen
er würde bestellen
wir würden bestellen
ihr würdet bestellen
sie; Sie würden bestellen

Konjunktiv II Futur II
ich würde bestellt haben
du würdest bestellt haben
er würde bestellt haben
wir würden bestellt haben
ihr würdet bestellt haben
sie; Sie würden bestellt haben

der Imperativ
du bestelle


Voorbeelden

  1. ich möchte gern Fremdwährung bestellen
    ik wil graag vreemde valuta bestellen
  2. Spezielle Kindermahlzeiten können telefonisch kostenlos im Voraus bestellt werden
    Speciale kindermaaltijden kunt u van tevoren gratis telefonisch bestellen
  3. Von 10 EUR bestellen Sie ein A-la-carte-Menü bei Ihrem Online-Check-in zwischen 30 und 20 Stunden vor Abflug
    Vanaf EUR 10 bestelt u een à la carte menu wanneer u online incheckt, tussen 30 en 20 uur voor vertrek
  4. Bitte beachten Sie: Pro Flug können Sie maximal 4 Produkte bestellen
    U kunt maximaal 4 producten per vlucht bestellen
  5. Der erste März war früher der Tag, an dem vielerorts im Kanton Graubünden die Ämter neu bestellt wurden
    De 1e maart was vroeger de dag waarop in veel plaatsen in het kanton Graubünden de ambten opnieuw werden benoemd
  6. Seit 1 Juni 2009 kann man am Hauptbahnhof speziell für Kurzfahrten ein umweltfreundliches Taxi bestellen
    Sinds 1 juni 2009 is het mogelijk om op het Centraal Station een milieuvriendelijke taxi te bestellen, speciaal voor korte ritten
  7. Mahlzeiten sollten im Voraus bestellt werden
    De maaltijden moeten wél van te voren worden gereserveerd
  8. Dies habe ich nicht bestellt?
    Dit heb ik niet besteld?
  9. Der Kunde saß an der Theke und bestellte einen Schnaps
    De klant zat aan de bar en bestelde een borrel
  10. Sie bestellt ein kännchen Kaffee
    Zij besteld een kannetje koffie

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden