NL: bespuitenSynoniemen: besproeien, bevochtigen, sproeien
DE: besprühen, begießen, beträufeln
EN: squirt water upon, wet, water
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bespoten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bespuit jij bespuit hij bespuit wij bespuiten jullie bespuiten zij bespuiten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bespoten jij hebt bespoten hij heeft bespoten wij hebben bespoten jullie hebben bespoten zij hebben bespoten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bespoot jij bespoot hij bespoot wij bespoten jullie bespoten zij bespoten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bespoten jij had bespoten hij had bespoten wij hadden bespoten jullie hadden bespoten zij hadden bespoten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bespuiten jij zult bespuiten hij zal bespuiten wij zullen bespuiten jullie zullen bespuiten zij zullen bespuiten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bespoten hebben jij zult bespoten hebben hij zal bespoten hebben wij zullen bespoten hebben jullie zullen bespoten hebben zij zullen bespoten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bespuiten jij zou bespuiten hij zou bespuiten wij zouden bespuiten jullie zouden bespuiten zij zouden bespuiten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bespoten hebben jij zou bespoten hebben hij zou bespoten hebben wij zouden bespoten hebben jullie zouden bespoten hebben zij zouden bespoten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bespuit
|