Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

besprenkelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: besprenkelen
Synoniemen: besproeien, sprenkelen

EN: sprinkle, strew
FR: mouiller, asperger

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
besprenkeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik besprenkel
jij besprenkelt
hij besprenkelt
wij besprenkelen
jullie besprenkelen
zij besprenkelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb besprenkeld
jij hebt besprenkeld
hij heeft besprenkeld
wij hebben besprenkeld
jullie hebben besprenkeld
zij hebben besprenkeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik besprenkelde
jij besprenkelde
hij besprenkelde
wij besprenkelden
jullie besprenkelden
zij besprenkelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had besprenkeld
jij had besprenkeld
hij had besprenkeld
wij hadden besprenkeld
jullie hadden besprenkeld
zij hadden besprenkeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal besprenkelen
jij zult besprenkelen
hij zal besprenkelen
wij zullen besprenkelen
jullie zullen besprenkelen
zij zullen besprenkelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal besprenkeld hebben
jij zult besprenkeld hebben
hij zal besprenkeld hebben
wij zullen besprenkeld hebben
jullie zullen besprenkeld hebben
zij zullen besprenkeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou besprenkelen
jij zou besprenkelen
hij zou besprenkelen
wij zouden besprenkelen
jullie zouden besprenkelen
zij zouden besprenkelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou besprenkeld hebben
jij zou besprenkeld hebben
hij zou besprenkeld hebben
wij zouden besprenkeld hebben
jullie zouden besprenkeld hebben
zij zouden besprenkeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
besprenkel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/besprenkelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English