NL: besparenSynoniemen: beknibbelen, bezuinigen, sparen, uitsparen, matigen, korten, mingebruiken
DE: ersparen, einschränken, kürzertreten, sparsamerleben, sicheinschränken, die Ausgaben einschränken
EN: economize, save, spare, moderate, have left
ES: economizar
FR: économiser, épargner, ménager, gagner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
bespaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bespaar jij bespaart hij bespaart wij besparen jullie besparen zij besparen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb bespaard jij hebt bespaard hij heeft bespaard wij hebben bespaard jullie hebben bespaard zij hebben bespaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bespaarde jij bespaarde hij bespaarde wij bespaarden jullie bespaarden zij bespaarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had bespaard jij had bespaard hij had bespaard wij hadden bespaard jullie hadden bespaard zij hadden bespaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal besparen jij zult besparen hij zal besparen wij zullen besparen jullie zullen besparen zij zullen besparen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal bespaard hebben jij zult bespaard hebben hij zal bespaard hebben wij zullen bespaard hebben jullie zullen bespaard hebben zij zullen bespaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou besparen jij zou besparen hij zou besparen wij zouden besparen jullie zouden besparen zij zouden besparen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou bespaard hebben jij zou bespaard hebben hij zou bespaard hebben wij zouden bespaard hebben jullie zouden bespaard hebben zij zouden bespaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bespaar
|